NederlandsDeutsch
A A A
17-02-2012

Stoppersregeling Actieplan Ammoniak Veehouderij

Inleiding
In het Actieplan Ammoniak is aangegeven dat er voor veehouders die willen stoppen in de periode na 2013 de mogelijkheid zal worden geboden om hun bedrijf nog enkele jaren te kunnen voortzetten. Voorwaarde is wel dat zij vanaf 1 januari 2013 met andere maatregelen een even grote emissiereductie realiseren als wanneer emissiearme stalsystemen zouden worden toegepast om aan de emissie-eisen van het Besluit huisvesting te voldoen. Het betreft dan snel inzetbare, mogelijk tijdelijke maatregelen (stal, management, voer, minder dieren). De zogenaamde ‘stoppersregeling' zal voor varkens- en pluimveehouders gelden tot uiterlijk 2020. De huidige ammoniakregelgeving zal worden aangepast en aangevuld. De “stoppersregeling” zal voor varkens- en pluimveehouders gelden tot uiterlijk 2020.

Inhoud van de stoppersregeling
De regels voor bedrijven die na 2013 stoppen, zullen daarom worden vastgelegd in wet- en regelgeving.
De hoofdlijnen van deze regels zijn als volgt:

Voorwaarden om te worden aangemerkt als stoppend bedrijf:

  • Het bedrijf valt niet onder de werking van de IPPC-richtlijn.
  • Het bedrijf heeft via een al ingediend Bedrijfsontwikkelingsplan (BOP), dan wel vóór 1 juli 2012 via een aparte schriftelijke verklaring aan de gemeente meegedeeld dat het vóór 1 januari 2020 zal stoppen met het houden van varkens of kippen.
  • Alleen op grond van feiten of omstandigheden die zich ná 1 juli 2012 hebben voorgedaan kan een bedrijf zich naderhand alsnog als stopper melden (bijvoorbeeld vanwege uitblijven van vergunningen of financiering).
  • Het bedrijf heeft het feitelijk aanwezige aantal varkens of kippen niet uitgebreid t.o.v. het aantal dat op 1 januari 2010 was vergund of - als dat feitelijk aanwezige aantal lager is - het aantal varkens of kippen per diercategorie waarvoor op het bedrijf op 1 januari 2010 stalruimte aanwezig was.
  • Binnen de hoofdcategorie varkens en de hoofdcategorie kippen mag wel gewisseld worden van diercategorie (bijvoorbeeld de zeugen of een deel ervan vervangen door vleesvarkens), zolang de totale ammoniakemissie per hoofdcategorie niet toeneemt.
  • Een bedrijf dat eerder aangaf te gaan stoppen, kan in de periode na 2013 alsnog besluiten om uit te breiden. In dat geval wordt het, zodra meer dieren gehouden worden of de ammoniakemissie toeneemt ten opzichte van hetgeen op grond van de stoppersregeling is toegestaan, niet meer beschouwd als stoppend bedrijf.
     

Verplichtingen voor stoppende bedrijven:

  • Het stoppende bedrijf meldt tijdig aan het bevoegd gezag op welke wijze aan het Besluit huisvesting zal worden voldaan. Deze melding omvat:
    • Een opgave van de maatregelen die zullen worden getroffen
    • Een berekening van de ammoniakemissie van het bedrijf, waaruit blijkt dat aan het Besluit huisvesting zal worden voldaan
  • Als het stoppende bedrijf daarna wijzigingen aanbrengt in de eerder gemelde emissiereducerende maatregelen meldt zij dat bij de gemeente minimaal één maand voor de wijziging. De melding omvat:
  • Een beschrijving van de wijziging van de maatregelen
  • Een berekening van de ammoniakemissie van het bedrijf, waaruit blijkt dat aan het Besluit huisvesting zal worden voldaan
  • De bovenstaande meldingen worden gedaan als onderdeel van een melding op grond van het Activiteitenbesluit, dan wel als onderdeel van een aanvraag om een omgevingsvergunning.
     

Juridische vormgeving van de stoppersregeling
De stoppersregeling wordt vormgegeven door middel van een aanpassing van het Besluit huisvesting dat op een aantal punten nader zal worden uitgewerkt in een ministeriële regeling. Op hoofdlijnen zal de stoppersregeling uit de volgende elementen bestaan:

Wijziging Besluit huisvesting:

  • Grondslag voor stoppende bedrijven om - uiterlijk tot 2020 - met alternatieve maatregelen aan de maximale emissiewaarden te voldoen
  • Grondslag om maatregelen bij ministeriele regeling of beschikking aan te wijzen
  • Omschrijving van bedrijven die als stoppers wordt aangemerkt
  • Omschrijving van de verplichtingen van stoppende bedrijven
  • Grondslag om bij ministeriële regeling nadere eisen aan de melding van de maatregelen en de eventuele wijziging daarvan te stellen


Ministeriële regeling op grond van Besluit huisvesting:

  • Bevat aanwijzing van de voor stoppende bedrijven bestemde maatregelen.
  • Maatregelen worden in aparte bijlage van de Regeling ammoniak en veehouderij (Rav) genoemd en op website Infomil. Het betreft:
    • Eenvoudige technische maatregelen in stallen
    • Voermaatregelen
    • Managementmaatregelen
    • Houden van minder dieren
  • Het houden van minder dieren houdt in
    • Minder dieren hele jaar door (een stal of staldeel leeg laten staan)
    • Of minder of geen dieren in deel van het jaar (minder rondes bij vleeskuikens)
    • Referentie is het aantal dieren vergund op 1 januari 2010 of - als minder dieren werden gehouden - waarvoor op 1 januari 2010 stalruimte aanwezig was.


Planning
Het streven is om de wijziging van het Besluit huisvesting en de bijbehorende ministeriële regeling uiterlijk op 1 januari 2013 in werking te laten treden.
 

Voorlopige lijst met alternatieve stoppersmaatregelen
Het Ministerie van IM heeft een eerste, voorlopige lijst met alternatieve stoppersmaatregelen gepubliceerd. Deze lijst zal, wanneer er nieuwe maatregelen beoordeeld en aangewezen zijn, in de loop van 2012 aangevuld worden. Daarna zal de lijst al naar gelang daar behoefte aan bestaat vanwege nieuwe maatregelen of nieuwe inzichten periodiek (maximaal 2 maal per jaar) worden geactualiseerd. 

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de specialisten van BOMAP

(bron Ministerie IM)
 

myforfarmers
agrisell
bomap
Contact
Bel ForFarmers
Algemeen
+31 (0)573 28 88 00

Klantenservice
+31 (0)573 28 88 11
Bel mij
Mail ForFarmers

Nieuwsbrief

Meld je hier direct aan voor de digitale nieuwsbrief van ForFarmers.
 

Direct aanmelden