Zoeken
For the Future of Farming
ForFarmers fabriekForFarmers headerForFarmers pluimveeForFarmers rundveeForFarmers varkens

21-11-2012

Nieuw stelsel voor verantwoorde mestafzet

 

Er komt een nieuw stelsel voor een verantwoorde mestafzet en verplichte mestverwerking. Dat is het gevolg van een wijziging van de Meststoffenwet die onder verantwoordelijkheid van staatssecretaris Henk Bleker van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie en staatssecretaris Joop Atsma van Infrastructuur en Milieu naar de Tweede Kamer is gestuurd. Dit stelsel moet het huidige stelsel van dierrechten (rechten om varkens en pluimvee te houden) gaan vervangen.

Veehouders mogen straks niet meer mest produceren dan ze op eigen grond en via vaste contracten kwijt kunnen. Elke veehouder die meer mest produceert dan hij op eigen grond kwijt kan, wordt verplicht een deel van de overschotmest te laten verwerken tot een product dat geen dierlijke mest meer is (bijvoorbeeld kunstmestvervangers) of te exporteren (al dan niet na bewerking). Het is de bedoeling dat het nieuwe stelsel op 1 januari 2013 in werking treedt.

Voor de jaren 2013, 2014 en 2015 heeft staatssecretaris Bleker voorlopige percentages per regio inmiddels bekend gemaakt. Vanwege verschillen tussen gebieden in Nederland waar het gaat om milieudruk en druk op de mestmarkt verschillen ook de mestverwerkingspercentages per regio. Voor de regio-indeling wordt daarbij aangesloten bij de nu onder het stelsel van dierrechten geldende indeling van Nederland in de regio’s Zuid, Oost en Overig.

Tabel: voorlopige verwerkingspercentages per regio

  2013 2014 2015
Oost 5 15 30
Zuid 10 30 50
Overig 0 5 10


De verwerkingsplicht valt uiteen in drie delen:

  • De verplichting voor de veehouder om voor het voor hem verplichte deel van zijn overschot aan dierlijke meststoffen, mestverwerkingsovereenkomsten af te sluiten;
  • De verplichting voor de veehouder om die hoeveelheid dierlijke meststoffen daadwerkelijk aan een verwerker te leveren;
  • De verplichting voor de verwerker om de aangeleverde dierlijke meststoffen daadwerkelijk te verwerken.


De enkele verplichting om plaatsings- of verwerkingsovereenkomsten af te sluiten is volgens Bleker en Atsma niet afdoende om de druk in afdoende mate van de gebruiksnormen te halen. Om dit risico weg te nemen is een aanvullende component in het stelsel noodzakelijk, die zorg draagt voor gegarandeerde mestverwerking. De verwerkingsplicht zorgt er voor dat het Nederlands plaatsingsoverschot ook daadwerkelijk wordt verwerkt. Het wetsvoorstel bevat de mogelijkheid op lager niveau te regelen dat veehouders de verwerkingsplicht onderling kunnen overdragen.

Eigen grond
Een belangrijk onderdeel van de mestplaatsingsruimte zal worden gevormd door de landbouwgrond die een veehouder in een kalenderjaar in gebruik heeft en opgeeft.
Het aantal kilogrammen fosfaat dat als gevolg van de gebruiksnormen mag worden aangewend op de landbouwgrond die een veehouder op 15 mei in gebruik heeft, telt mee voor de mestplaatsingsruimte. Daarbij aansluitend zal in het voorgestelde systeem van productie- en afzetevenwicht degene die grond op 15 mei in gebruik heeft de dierlijke meststoffen tevens mogen produceren tot een hoogte die hij ook mag aanwenden.

Vervoersbewijzen dierlijke meststoffen (VDM) zullen in het stelsel van mestplaatsings- en mestaanvoerruimte een rol spelen. Tot en met 15 mei kunnen VDM’s gelden als mestplaatsingsovereenkomsten en zo meetellen voor de mestplaatsings- of mestaanvoerruimte. Aangezien niet elke vervoerbeweging met het daarbij behorende VDM valt onder de voorwaarden waaronder VDM’s mee kunnen tellen, zal op het VDM moeten worden aangegeven of het VDM relevant is voor de mestplaatsing- en mestaanvoerruimte. Dit zal worden bepaald in de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet.

Bron: Ministerie EL&I