Zoeken
For the Future of Farming
Header Gewasbeschermingsmonitor

18-04-2016

Kans op broei toegenomen

Broei is in tegenstelling tot vijftien jaar geleden een actueel thema voor ruwvoerwinning. Daar zijn verschillende oorzaken voor aan te wijzen. In de eerste plaats de bemesting, onder invloed van de mestwetgeving zijn we krapper gaan bemesten. In 1996 zat er gemiddeld nog ruim 200 gram ruw eiwit per kilogram drogestof in de voorjaarskuilen. Deze is vorig jaar gezakt naar 150 gram. Minder eiwit vertaalt zich in een hoger suikergehalte en samen met de hogere VCOS resulteert dit in een stijgende melkzuurfractie. Dit heeft ook een keerzijde: veel suiker en melkzuur vormen de voedingsbodem voor gisten. Met het openen van de kuil komt er zuurstof in de kuil en dat maakt het de perfecte voedingsbodem voor de groei van gisten, die op hun beurt broei veroorzaken.

Grasveredelaars hebben de laatste jaren het gras steeds beter verteerbaar gemaakt. Dit blijkt ook uit de BLGG-analyses: de VCOS (Verteringscoëfficiënt Organische Stof) is flink toegenomen. Daardoor hebben melkzuurvormende bacteriën veel makkelijker toegang tot suiker, met als gevolg dat de pH snel daalt. Dit betekent dat de enzymen die vaak worden toegevoegd om de suikers ‘sneller beschikbaar’ te maken, niet altijd nodig zijn. Deze zijn in Nederland met name nog nodig bij de grovere kuilen (langere, zwaardere snedes).

Ons advies is daarom om dit jaar te focussen op het tegengaan van broei. Dit begint bij goed in- en uitkuilmanagement. Kijk hier voor tips om broei te voorkomen