Zoeken
For the Future of Farming
NOVA Ontwikkeld voor het levenFerm4FarmHet leven begint met VidaAgroscoop

27-02-2017

Maalfijnheid en darmgezondheid gaan hand in hand

Maalfijnheid en darmgezondheid

Uit onderzoek van de Deense universiteit van Aarhus blijkt dat 30% van de vleesvarkens en 50% van de zeugen maagzweren heeft (onderzoek in 2013). Lange tijd was het advies om grondstoffen fijn te malen voor een betere vertering. Het blijkt echter steeds vaker dat dit niet (volledig) waar is.

De maalfijnheid van grondstoffen is van grote invloed op de darmgezondheid en daarmee op de technische resultaten. Er is veel onderzoek gedaan over de relatie hiertussen. Zo toonde Schulz al in 1990 aan dat de verteerbaarheid van zetmeel in gerst met 2% verbetert  als de zeefdiameter afneemt van 3,5 mm naar 2,0 mm. De verteerbaarheid van zetmeel in tarwe verbeterde daarbij met 3%. De verteerbaarheid van eiwit ging met respectievelijk 1.9% en 2.9% omhoog. Daarom worden vooral in biggenvoeders veel grondstoffen fijn gemalen. Vooral bij de eiwitrijke grondstoffen is dit van groot belang.

Maagzweren
Fijn malen heeft echter ook nadelen: de relatie met maagzweren is namelijk groot. Oorzaak is dat fijngemalen voer in de maag een egale, dunne soep vormt. De pH daalt dan in de gehele maag. Oók in het bovenste gedeelte van de maag waar het slijmvlies niet bestand is tegen het zuur. Hierdoor ontstaan maagzweren, vaak bij de slokdarm.

Maaginhoud maalfijnheid
Figuur 1. Links een maag met fijngemalen voer, rechts met grof gemalen voer.

Grover malen zorgt ervoor dat de pH van de voedselbrij bovenin het gevoelige gedeelte van de maag wat hoger is, zodat dit niet geïrriteerd raakt. Terwijl de pH van de voerbrij onderin de maag lager (zuurder) is. Dit verklaart tevens waarom het grover malen van voer een effectieve manier tegen salmonella kan zijn, omdat bacteriën door de lagere pH effectiever afgedood worden. Daarnaast geeft het grovere voer meer substraat voor de dikke darm.

Grof- versus fijngemalen
Varkens hebben dus behoefte aan structuur in het voer. Het is echter onverstandig het héle voer grover te malen, omdat dit een negatief effect op het resultaat heeft. Een proef met vleesvarkens op de Schothorst laat zien dat de voederconversie stijgt van 2,49 naar 2,55 bij volledig grof gemalen voer ten opzichte van fijngemalen voer. Het grof malen van het héle voer is dus ongewenst. In dezelfde proef is ook een fijngemalen voer getest met toevoeging van 5% grof gemalen zonnebloemdoppen. In deze groep was de voederconversie 2,45. Voer met een klein percentage grof gemalen grondstoffen geeft dus het beste resultaat. Het is daarbij geen doel om het aandeel grovere delen te verhogen, maar vooral om het aandeel fijngemalen delen te verlagen.

Minder maagzweren
Op één van de ForFarmers proefbedrijven deden we onlangs de volgende proef. Een deel van de gerst werd grof gemalen. De rest van de grondstoffen werd fijn gemalen. Daarna is het voer gepelleteerd. De proefgroep met de grof gemalen gerst liet dezelfde groei, voeropname en voederconversie zien als de controlegroep. De score voor maagzweren was echter duidelijk lager (een score van 2,6 versus 4,1 op een schaal van 0-7).

Conclusie
Een juiste maling van de grondstoffen is erg belangrijk voor de darmgezondheid van uw varkens en daarmee de technische resultaten. Analyseer daarom de maalfijnheid van uw grondstoffen. Een zeefkist geeft een eerste indicatie. Voor een nauwkeurige inschatting is het mogelijk een zeefanalyse op het laboratorium uit voeren. Neem daarvoor contact op met uw brijvoerspecialist.