Cookies Wij gebruiken cookies om de website optimaal te laten functioneren en om in te spelen op de informatiebehoefte van onze bezoekers. Door gebruik te maken van onze website stemt u in met het plaatsen van cookies. Lees meer hierover in onze privacy- en cookieverklaring.
Waar ben je naar op zoek?
Nieuws, kennis en advies

Bewustwording is dankzij IPM toegenomen, zowel bij veehouder als voeradviseur

Advies van onze specialist Advies van onze specialist12-8-2019

Vogelmijt is een veel voorkomende ectoparasiet bij pluimvee. De bloedafname door de vogelmijt tast de gezondheid van de leghen aan en leidt tot verminderd welzijn, een lagere eiproductie en lagere eikwaliteit. Bij leghennen kan een vogelmijtplaag een hardnekkig probleem zijn, omdat hennen een lange productieduur hebben en er tijdens de legronde maar beperkt bestrijdingsmaatregelen genomen kunnen worden.

Quote
Peter Venhuis: 'Met de IPM aanpak krijg je een goed beeld van de werkelijke vogelmijt besmetting in de stal. Je kun hierdoor een beter behandelplan maken'
Quote
Peter Venhuis: 'In de tuinbouw wordt deze methode al langer toegepast en is men in staat plagen effectiever te beheersen'

Wat is IPM?

IPM staat voor ‘Integrated Pest Management’ ofwel geïntegreerde plaagdierbeheersing; een duurzame methode om economische verliezen door plagen en ziekten te beperken. De methode is gebaseerd op acht stappen.
Medio 2018 is een project gestart, waarin twintig pluimveehouders IPM daadwerkelijk zijn gaan toepassen op hun bedrijven. Ze worden hierbij intensief begeleid door Wageningen Livestock Research en het Poultry Expertise Centre. Bij elk bedrijf is ook een erfbetreder betrokken, meestal de adviseur van de voerleverancier, de opfokorganisatie, de eierhandel of de dierenarts. Ook ForFarmers participeert hierin. De ervaringen van de twintig pluimveehouders in het project zijn zeer belangrijk om IPM praktijkrijp te maken voor vogelmijt bij legpluimvee.

 

De rol van de voeradviseur

De twintig bedrijven in het onderzoeksproject krijgen ondersteuning van de eigen adviseur. Deze helpt de pluimveehouder bij het beoordelen van de besmettingsdruk en bij het nemen van beslissingen en attendeert hem/haar er bijvoorbeeld op dat het maandelijkse monitoringsmoment eraan komt. Specialist Legpluimvee Peter Venhuis begeleidt enkele bedrijven.
Peter: “Met de IPM-aanpak krijgt je een goed beeld van de werkelijke besmetting in de stal. Je kunt hierdoor een beter behandelplan maken. Ik merk dat dankzij IPM de bewustwording van de vogelmijtproblematiek zowel bij de deelnemers als mijzelf en de dierenarts is toegenomen. Ook kijken de deelnemers kritischer naar hun middelengebruik, zoals de middelenkeuze, maar ook het moment van inzetten en de afweging tussen kosten en resultaat. In de tuinbouw wordt de IPM-methode al langer toegepast en is men in staat plagen effectiever te beheersen, terwijl resistentievorming en residuen zoveel mogelijk worden beperkt.
 

Structureeel monitoren

IPM bestaat uit het nemen van preventieve maatregelen (stap 1), monitoring van de plaagpopulatie (stap 2) en een bestrijding pas inzetten nadat een drempelwaarde is overschreden (stap 3). Omdat vogelmijten zich vooral verstoppen in de kleinste gaatjes en kiertjes, zijn ze vaak pas zichtbaar als de populatie te groot is geworden. Contactmiddelen hebben op dat moment slechts een beperkt effect, doordat maar een klein deel van de populatie bereikt wordt. Met structurele monitoring vanaf het begin van de legronde wordt een vogelmijtbesmetting al in een vroeger stadium opgemerkt en kan een adequaat optreden verdere groei van de populatie beperken (stap 4). Dat adequate handelen hoeft op dat moment nog niet te bestaan uit de toepassing van chemische middelen, maar kan bijvoorbeeld ook het schoonmaken van de besmette plaats zijn. Monitoring geeft daarnaast inzicht in de insleeproute en in de effectiviteit van een behandeling.

Is het met stap 4 niet gelukt de vogelmijtpopulatie onder de drempelwaarde te brengen, dan kan een chemisch synthetische bestrijding ingezet worden (stap 5). Door deze tijdig in te zetten, kan met een minimum aan middelen een maximaal resultaat behaald worden en kan uiteindelijk per koppel bespaard worden op pesticiden (stap 6). Daarbij is een goede anti-resistentiestrategie van groot belang, bijvoorbeeld door middelen met verschillende werkingsmechanismen af te wisselen (stap 7). Uiteindelijk worden de toegepaste maatregelen geëvalueerd (stap 8): hoe effectief was de maatregel en hoe kan het nog beter?

Nauwe samenwerking tussen veehouder en erfbetreders

Als een pluimveehouder volgens IPM werkt, is het noodzakelijk dat zijn erfbetreders deze systematiek kennen en de advisering daarop afstemmen. Nauwe samenwerking tussen pluimveehouder, voeradviseur en dierenarts is hierin van groot belang. ForFarmers werkt voortdurend aan optimalisatie van deze samenwerking en ondersteunt én neemt verschillende initiatieven hierin.

Auteurs: T.G.C.M. van Niekerk en M.F. Mul, Wageningen Livestock Research. Dit is een ingekorte versie van een artikel gepubliceerd in Tijdschrift voor Diergeneeskunde.