Cookies Wij gebruiken cookies om de website optimaal te laten functioneren en om in te spelen op de informatiebehoefte van onze bezoekers. Door gebruik te maken van onze website stemt u in met het plaatsen van cookies. Lees meer hierover in onze privacy- en cookieverklaring.
Waar ben je naar op zoek?

Dit is het juiste moment om drijfmestmonsters te nemen

Advies van onze specialist Advies van onze specialist7-1-2021

Half februari kan er weer drijfmest worden uitgereden, indien de bodemomstandigheden het toelaten. Voor u gaat bemesten adviseren wij om tijdig drijfmestmonsters te nemen zodat u samen met uw specialist een optimaal bemestingsplan kan opstellen.

Een melkveebedrijf heeft zo’n 30 tot 60 m³ plaatsingsruimte dierlijke mest per ha. Bij een gemiddelde van 4 kg stikstof per m³ mest komt er dus  120 tot 240 kg stikstof per ha beschikbaar voor het grasland uit drijfmest. In het bemestingsplan wordt exact uitgerekend hoeveel kuub moet worden bemest voor de eerste snede. Maar minstens zo belangrijk is de vraag: wat er ín de mest zit. De variatie in drijfmest is onder andere het gevolg van verschillen in rantsoen en de hoeveelheid spoelwater die in de mest komt.

Stikstof in drijfmest

Wie uitgaat van een gemiddelde van 4 kg stikstof, in plaats van een geanalyseerde waarde van 3 kg stikstof in drijfmest, zit er in werkelijkheid bij een eerste mestgift van 25 kuub per ha er dus 25 kilo stikstof per ha naast in de bemesting. Een gemiddeld bedrijf met 40 ha betekent dit ruim € 2.000 aan gemiste gewasopbrengst. Als mest meer stikstof bevat dan gerekend, kan er kunstmest bespaard worden. Elke kilo stikstof uit drijfmest teveel betekent dat zo’n € 1 bespaard had kunnen worden. Bij een mestgift van 50 kuub per ha op jaarbasis is dat € 50 per ha ofwel € 2.000 aan kunstmestkosten. Bevat de mest weinig stikstof, dan is er effectief te weinig stikstof aangewend en is de gewasopbrengst lager. Daarnaast zijn variaties in P en K groot, ook dit is relevante informatie voor het opstellen van een bemestingsplan.

Kali-gehalte

Ook in het kali-gehalte zijn er grote verschillen, tussen 4,2 en 6,8 kilo per ton. Kali is belangrijk voor gras, maar zeker ook voor klaver. Een kali-gehalte dat op peil is draagt bij een hogere ruw eiwitopbrengst. De verschillen maken duidelijk dat inzicht in de samenstelling van de mest bijdraagt aan nauwkeuriger bemesten.

Neem daarom tijdig monsters van de verschillende kelders bij u op het bedrijf. Voor u gaat bemesten dient de samenstelling van de mest bekend te zijn. Alleen dan kunt u gezamenlijke met uw melkveespecialist komen tot een optimaal bemestingsplan en een efficiënte verdeling van de drijfmest op uw bedrijf.

Drijfmestmonsters kunt u zelf nemen. U kunt daarvoor de bij Eurofins de mestcheck opvragen