Cookies Wij gebruiken cookies om de website optimaal te laten functioneren en om in te spelen op de informatiebehoefte van onze bezoekers. Door gebruik te maken van onze website stemt u in met het plaatsen van cookies. Lees meer hierover in onze privacy- en cookieverklaring.
Waar ben je naar op zoek?
Afbeelding: Johan Nijdam en moeder Anneke in de wei

Met negentig melkkoeien en vierenvijftig stuks jongvee zit het bedrijf van de familie Nijdam in het Friese Idaerd tegen hun fosfaatquotum aan. In februari van dit jaar versterkte Johan zijn selectieteam nog met tien extra dames om het quotum vol te melken. Het jongvee blijft tot negen maanden op het melkveebedrijf en verhuist daarna tot vlak voor het afkalven naar de potstal van Pake op vijf minuten rijden in Grou. “Toen in 2013 mijn vader overleed, stonden mijn moeder en ik er alleen voor”, vertelt de 28-jarige ondernemer. “Samen runnen we nu het bedrijf. Mijn moeder ontfermt zich over de kalveren en de boekhouding en ik richt me op het melkvee en het land. Pake is inmiddels 86 jaar, maar verzorgt nog altijd met veel plezier het oudere jongvee. Dat houdt hem fit”, grapt zijn kleinzoon.

Weidemelk

Rondom de hoofdlocatie ligt 59 hectare land, waarvan 5,5 hectare mais en de rest grasland. “We zitten hier op zware kleigrond en dat maakt het lastig om andere gewassen dan gras op te verbouwen”, licht Johan toe. “Van april tot eind september lopen de koeien in de wei. De 2+2 ligboxenstal is al veertig jaar oud en zit aardig vol, terwijl onze huiskavel dik veertig hectare omvat. Weidegang is voor ons een logische keus en mooi om te zien bovendien.”

Afbeelding: Melkkoeien Johan Nijdam in de wei

Heldere groeistrategie

Samen met accountmanager Arnold Bosma van ForFarmers-dealer Weidse Blik stippelt Johan zijn ondernemersstrategie uit. “Met de tien nieuwe koeien die we begin dit jaar hebben bijgekocht, wil ik dit jaar van 8 ton naar 8,8 ton melk groeien. Volgend jaar moet dat doorstijgen naar 9 ton melk, maar dan moet er fosfaatquotum bij. Het streven is om op deze locatie iets uit te breiden in quotum en koeien en een nieuwe stal neer te zetten waar ook het oudere jongvee in kan. Om die investering te kunnen doen, wil ik met goede cijfers voor de dag komen bij de bank.”

Afbeelding: Johan Nijdam en Arnold Bosma bij het voerhek

Boost in vet- en eiwitpercentage

“In 2018 zijn we daarom al gestart met het verhogen van het vet- en eiwitgehalte in de melk”, legt Arnold uit. “We hebben eerst Protiboost ingezet om het melkeiwit en -vetpercentage te verhogen. Na vier maanden zijn we overgestapt op het toen nieuw geïntroduceerde Fatboost. Fatboost combineert goed met de snel verteerbare graskuilen van deze kleigrond”, zo onderbouwt Arnold hun keuzes. In 2019 hebben ze Pens Stimulator+ aan het rantsoen toegevoegd voor een betere pensgezondheid. Arnold legt uit hoe dit werkt: “In Pens Stimulator+ zitten gisten die voor een dikkere slijmlaag in de darmen zorgen. Hierdoor komen schadelijke stoffen minder snel in de bloedbaan. Dit is beter voor de gezondheid van de koeien en dat zie je terug in een dalend celgetal. Daarnaast bevat Pens Stimulator+ veel biotine, dat zorgt voor hardere klauwen van de koeien en daarmee minder klauwproblemen. Kortom: een algehele plus in gezondheid.”

Van hoge naar lage kuilen

Ook ruwvoerkwaliteit en inkuilmanagement spelen een belangrijke rol in de melk-, vet- en eiwitproductie. “Door omstandigheden hadden we in 2019 nog dezelfde kuil als in 2018”, weet Johan. “Een typisch Friese kuil”, zo vindt Arnold. “Met het groeien van de bedrijven is het erf vaak niet mee gegroeid, dus de kuilen gingen vroeger de hoogte in.” “Hoe hoger, hoe mooier”, lacht Johan. “We zeiden altijd: als je erop staat, moet je Grou kunnen zien. Inmiddels weten we beter en maken we onze kuil een meter lager om de voersnelheid te verbeteren.” Johan onthult zijn truc: “Ik bestel simpelweg smaller plastic, zodat de kuil wel lager móet zijn. Ook gebruiken we een toevoegmiddel voor een betere kuilconservering.” Het verschil in kwaliteit merken ze goed: “De kuil is veel koeler en bevat minder broei. Afgelopen winter hadden we een hele nette kuil met een verteringscoëfficiënt van 80,9 een ruw eiwitgehalte van 162 en VEM-waarde van 962.”

Afbeelding: Johan Nijdam op de kuil 3

Meer vet en eiwit is meer melkgeld

De resultaten van deze rantsoenwijzigingen liegen er niet om. Het uitgangspunt in 2018 was 761.200 kg melk met 4,33% vet, 3,49% eiwit, 4,51% lactose en een celgetal van 185. Een jaar later zaten ze al op 809.940 kg melk met 4,46% vet, 3,65% eiwit, 4,46% lactose en een celgetal van 147. Aan de gehaltes is duidelijk te zien dat het rantsoen met Protiboost en later Fatboost zorgt voor een omzetting van lactose naar melkvet en -eiwit. De flinke daling in celgetal toont dat ook de gezondheid van de koeien een positieve sprong heeft gemaakt. “Per saldo kan het prima uit”, heeft Johan berekend. “De opbrengst is 1,5 cent per liter melk gestegen tegenover een investering van 0,5 cent.” Een effectieve strategie dus om meer winst te maken.

Afbeelding: Johan Nijdam bij de koeien in de wei

Transitieaanpak

“Maar we blijven altijd zoeken naar verbeterpunten”, zegt Johan fanatiek. “Om melkziekte bij de nieuwmelkte koeien te voorkomen en ze vlotter weer drachtig te krijgen, zijn we sinds kort gestart met een berekend transitierantsoen voor de droge koeien. De loonwerker maakt een gemengd rantsoen en draait dit in aparte balen. Freddy Kingma, melkveespecialist bij ForFarmers en Weidse Blik, berekent het transitierantsoen en ondersteunt ons in het transitiemanagement.” “Zo zetten we ieders specialisme in om tot de beste resultaten te komen”, bevestigt Arnold. “Aanvoerder worden in vet- en eiwit lukt immers alleen met écht teamwerk.”