Waar ben je naar op zoek?

Later mais zaaien vraagt om aanpassing plantaantal

Sector Nieuws Sector Nieuws25-4-2024

De vochtige weersomstandigheden zorgen voor een verlate inzaai van mais. Dit kan de maiskwaliteit bij de oogst onder druk zetten. Vooral de middenvroege- en late maïsrassen vragen daarom extra aandacht. Dit begint bij de maiszaai. Dit zijn de belangrijkste praktische tips:

Tip 1: Gebruik bij late zaai minder zaad (minder planten per ha)

De hoeveelheid maïszaden is afhankelijk van het gebruik. Korrelmaïs wordt over het algemeen iets dunner gezaaid dan snijmaïs. Hoe vroeger je zaait, hoe meer zaaizaden je nodig hebt. Hoe later je zaait, hoe minder. Om het gewenste aantal planten te realiseren moet je meer zaden zaaien, omdat de veldopkomst nooit 100% is en afhangt van de kiemomstandigheden. De hoogte van deze toeslag hangt vooral af van het zaaitijdstip. Onder gemiddelde omstandigheden wordt geadviseerd om voor 1 mei ca. 5-10% extra zaad te gebruiken (95.000 gewenste standdichtheid, vraagt in theorie om 104.500 zaden/ha). Bij inzaai na 1 mei kan worden volstaan met 0 tot 5% extra. De huidige kiemomstandigheden zijn bijzonder gunstig. De bodem is opgewarmd en er is voldoende vocht. Om deze reden is een extra toeslag op de zaaidichtheid niet nodig, plantuitval zal minimaal zijn.

Zaaiadvies snijmais na 1 mei:

  • Ultra vroege rassen                : FAO 170-190         100.000
  • Vroege rassen                       : FAO 200-230         95.000 tot 97.500 zaden
  • Midden vroege rassen           : FAO 230-250         90.000 tot 95.000 zaden*

(*)Waarbij bij massale bladtypen het advies is richting de 90.000 zaden/ha te gaan.

Zaaiadvies snijmais na 15 mei:

  • Ultra vroege rassen : FAO 170-190: 95.000 zaden per ha
  • Vroege rassen : FAO 200-230:  90.000 tot 92.500 zaden
  • Midden vroege rassen : FAO 230-250 85.000 tot 90.000 zaden*

*Waarbij bij massale bladtypen het advies is richting de 85.000 zaden/ha te gaan. Bij korrelmaïs gebruik je per zaaitijdstip +/- 5000 zaden minder dan bij snijmaïs. (Bron: Syngentha, KWS, Herman van Schooten WUR)

Zaaiadvies snijmais na 1 juni
Door minder zaden per hectare te zaaien kan de oogst met ongeveer een halve week worden vervroegd. Zak richting juni naar 80.000 zaden/ha.

Overstappen op vroege maisrassen? Bewaar dan de middenvroege rassen tot volgend jaar
Maistelers die nog middenvroege maisrassen moeten inzaaien kunnend dit nog prima zaaien tot 1 juni, ze kunnen nog prima groeien en afrijpen. Hierna is het te overwegen om over te stappen op een vroeger ras. Met een vroeger ras lever je wat in op de opbrengst, maar bij een dermate late zaai is de kans wel groter dat deze mais voldoende rijp kan worden geoogst. Wordt er overgestapt op een vroeger maïsras, dan kan het middenvroege maïsras prima bewaard worden voor volgend jaar. Om de kiemkracht van het zaad te behouden, bewaart u de maiszaden in gesloten zakken, op een pallet in een vochtvrije koele ruimte. 

Tip 2: Kalium draagt bij aan stevigheid. Strooi direct na de maiszaai.

Het effect van de lange groeidagen zorgt voor een snelle groei. Deze verhoogde stengelverlenging verhoogd risico op legering. Kalium helpt bij de celstrekking, de groei en stevigheid van maïs. Een goede kali voorziening is dus een preventieve maatregel. Een maisoogst van 18 ton DS onttrekt ca 245 kg Kalium (K2O). Mais onttrekt dus meer kalium uit de bodem, dan er via drijfmest gegeven kan worden. Bij een dergelijke opbrengst, bemest met 35m³ drijfmest, vraagt mais al snel om een aanvulling van 100kg Kali60 per hectare. Kalium wordt voornamelijk opgenomen in het begin van het groeiseizoen. Strooi deze volvelds dus direct na de maiszaai.

Tip 3: Geen drijfmest toegepast? Dan is rijenbemesting in combinatie met overbemesting een alternatief.

Kan er geen drijfmest worden gereden, als gevolg van de natte omstandigheden? Dan is rijenbemesting in combinatie met overbemesting een alternatief. Bij een overbemesting bestaat het risico op bladverbranding bij een toepassing over het gewas en speelt het risico op N-vervluchtiging. Kies bijvoorbeeld een met ureaseremmer behandelde ureummeststof en strooi deze bij droge omstandigheden.