Cookies Wij gebruiken cookies om de website optimaal te laten functioneren en om in te spelen op de informatiebehoefte van onze bezoekers. Door gebruik te maken van onze website stemt u in met het plaatsen van cookies. Lees meer hierover in onze privacy- en cookieverklaring.
Waar ben je naar op zoek?

Meer vet en eiwit tegen lagere voerkosten

Sector Nieuws Sector Nieuws20-3-2020

Melkveehouder John van Leijsen (N-Br.) heeft afgelopen jaren gewerkt aan meer vet en eiwit in de melk. De gehalten vet en eiwit stegen met respectievelijk 0,15 en 0,10 terwijl de liters gelijk bleven. Dit levert hem 1 cent per kilo meer melkgeld op en een besparing van 0,5 cent aan voerkosten. Zijn geheim? Goed ruwvoer aangevuld met de juiste bijproducten en mengvoer.

Afbeelding: bedrijfsgegevens leijsen

De melkrobots zijn een mooie blikvanger in de stal van melkveehouder John van Leijsen. Ze staan er sinds oktober 2018 en zowel boer als koeien kunnen er prima mee uit de voeten. Toch ging de omschakeling niet helemaal vlekkeloos vertelt de veehouder. De gehalten in de melk daalden namelijk vrij snel. “Het vetpercentage lag zo’n 0,2 procentpunt lager dan het jaar ervoor; het eiwitgehalte nam met 0,1 procentpunt af.” De vraag was of dit kwam door de overstap naar het robotmelken of door andere factoren.

Uiteindelijk bleek de invloed van het rantsoen, en dan specifiek het gras, nog belangrijker. “In dat jaar ben ik vroeger gaan maaien, om wat malser gras te krijgen.” Voor de koeien werd het rantsoen echter te snel, met meer dunne mest en een te hoog ureumgehalte als resultaat. Dat werd versterkt door het verhoogde aandeel gras in het rantsoen. Terugkijkend op die periode vat Rob Jacobs, zijn melkveespecialist bij ForFarmers, het samen als ‘teveel verliezen in de koe en in de kuil’, met dalende gehalten in de melk tot gevolg.

Rust in het rantsoen

Het doel van de melkveehouder was zo snel mogelijk terug naar minimaal 4,3% vet en 3,5% eiwit, bij een BSK van minimaal 50. Bij zowel veehouder als melkveespecialist was snel duidelijk dat het daarom in de basis anders moest. “Als het ruwvoer niet goed is, kun je wel iets sturen met het rantsoen, maar optimaal wordt het nooit”, benadrukt Jacobs.

De focus ging naar de graswinning, Van Leijsen kreeg het advies om later te maaien. “Een week maakt al een groot verschil”, weet de ondernemer uit ervaring. Verder is de hoeveelheid meststoffen voorafgaand aan de eerste snede met ongeveer 10 kilo stikstof verlaagd. Het gewonnen gras van de eerste en derde snede gaan in een lasagnekuil. De kwaliteiten van de snedes versterken elkaar en het geeft een constante voersamenstelling over het jaar heen. Om het rantsoen nog beter in balans te krijgen is verder het bijproduct bierbostel aangevoerd. Dat geeft meer rust in het rantsoen en bevat relatief veel bestendig eiwit. Al eerder had Van Leijsen voederbieten aangevoerd maar die gaven niet het gewenste effect. “Dat was nog met de oude graskuil en dat hele rantsoen ging te snel door de koe heen.” Het aandeel mengvoer is door de rantsoenaanpassingen wat omlaaggegaan.

Ook de manier van voeren van de droogstaande koeien is aangepast. Sinds vorig jaar maakt Van Leijsen een mengkuil voor de droge koeien. Daardoor kan hij elke dag vers en fris ruwvoer in de juiste verhouding voeren, wat een positief effect heeft op de voeropname en uiteindelijk op de vet- en eiwitproductie na het afkalven.

Quote
Melkveespecialist Rob Jacobs en melkveehouder John van Leijsen (rechts) zijn het erover eens: “Het blijft een uitdaging om het beste ruwvoer te winnen.”

Minimaal huidig niveau behouden

Genoemde maatregelen hadden succes: De gehalten ontwikkelden zich in de loop van vorig jaar goed en de vertering was zichtbaar in orde. Dat is o.a. te zien aan de mestconsistentie en het ureumgehalte. Ook economisch pakt het goed uit; op basis van de extra afgeleverde kilo’s vet en eiwit berekent Jacobs een voordeel van 1,5 cent per kilo melk. Inclusief lagere voerkosten is het voordeel zelfs 2 cent per kilo melk; op jaarbasis totaal zo’n €22.000,- meer rendement.

Voor dit jaar wil de melkveehouder minimaal dit niveau aan vet en eiwit in de melk behouden. Met het sleutelen aan de kwaliteit van het ruwvoer en het voerregime zijn snel stappen gezet. Voor de langere termijn verwacht hij dat de keuzes in de fokkerij bijdragen aan behoud van structureel hogere gehaltes. Al enkele jaren ligt zijn focus bij de stierkeuze meer op gehaltes dan op de hoogste melkproductie.

"Mijn doel is maximaal melkgeld uit het fosfaatquotum"

Uiteindelijk doel is maximaal melkgeld uit het fosfaatquotum. Elk jaar is anders en het blijft een uitdaging om onder alle omstandigheden het beste voer te winnen. Toch wil de veehouder het zeker niet op de omstandigheden afschuiven. “Je krijgt de kuil die je wilt hebben”, is zijn overtuiging. Hij benadrukt dat het belangrijk is om vooraf je doelstellingen duidelijk te hebben, dit met de specialist af te stemmen en daar gezamenlijk naar te handelen. “Zo realiseer je het beste resultaat op jouw bedrijf.”