Cookies Wij gebruiken cookies om de website optimaal te laten functioneren en om in te spelen op de informatiebehoefte van onze bezoekers. Door gebruik te maken van onze website stemt u in met het plaatsen van cookies. Lees meer hierover in onze privacy- en cookieverklaring.
Waar ben je naar op zoek?
Nieuws, kennis en advies

Robotmelken: Goed opstarten kan maar één keer!

Sector Nieuws Sector Nieuws20-3-2019

Eind vorig jaar besloot melkveehouder William Polle uit Middenmeer (160 Holsteinkoeien) de overstap naar automatisch melken te maken. Robotleverancier GEA leverde onder andere vier Monobox R9500 melkrobots. Maar voordat de melkrobots daadwerkelijk aan het werk worden gezet, ging het bedrijf door een intensief voorbereidingstraject.

Met zijn allen aan de keukentafel

Ongeveer acht weken voordat de robots daadwerkelijk op het erf van de Familie worden afgeleverd, begint de voorbereiding. Twee GEA-installateurs, AMS-specialist Erik Hofman en melkveespecialist René Coevert schoven bij William Polle aan de keukentafel om samen een goed plan uit te stippelen. “Goed opstarten kan namelijk maar een keer”, benadrukt Erik.  Er worden vaste protocollen opgesteld en duidelijke afspraken gemaakt. Ook wordt er uitgebreid overlegd waar de robots geplaatst moeten worden en hoe de meest ideale looplijnen kunnen worden gecreëerd: zonder obstakels en met voldoende ruimte voor de koeien om elkaar de passeren. William heeft zelf ook veel tijd gestoken in het uitdenken een goed indeling en veel collega-boeren bezocht om ideeën op te doen.

De buitendienst van Gea gaat de stal in om de uiers van de koeien goed te bekijken. Er wordt tot op de centimeter nauwkeurig naar de juiste afmetingen en afstellingen gezocht, zodat de bekers van de robot straks snel aan kunnen sluiten.

Zijn de koeien er klaar voor?

De techniek en logistiek is belangrijk, maar gezonde koeien is misschien wel de aller belangrijkste randvoorwaarde om succesvol te kunnen starten met robotmelken. Hier gaat in de voorbereiding de meeste aandacht naar uit. De dieren moeten vóór het robotmelken kan beginnen in de juiste lichaamsconditie verkeren, met gezonde klauwen en uiers. Voeding speelt hierbij een grote rol. Om de gezondheid van de dieren in de overgangsperiode extra te ondersteunen worden er mineralen (Univit Preventie) bijgevoerd die goed zijn voor de weerstand. Ook wordt de samenstelling van het rantsoen aan het robotmelken aangepast. Zo wordt er bijvoorbeeld extra gelet op voldoende structuur, moet er voldoende zetmeel in het rantsoen zitten en hebben de oudmelkte koeien meer eiwit nodig. De koeien krijgen van tevoren de tijd om aan het nieuwe rantsoen te wennen. “Een koe is een echt gewoontedier” vertelt Erik, “ze houdt niet van veranderingen en al helemaal niet van meerdere veranderingen tegelijkertijd.  Daarom is het een absolute ‘must’ dat de koeien minstens 2-3 weken van tevoren aan het nieuwe rantsoen kunnen wennen.”

Van voermengwagen naar automatisch gevoerd, gemengd rantsoen

De koeien van de Familie Polle hebben op het gebied van voer een behoorlijke transitie doorgemaakt. Voorheen werden de koeien met een voermengwagen gevoerd, tegenwoordig krijgen de dieren het rantsoen, automatisch verstrekt met het Mullerup voersysteem. “Om de koeien goed te laten wennen hebben we met William  afgesproken, dat hij 3 weken voordat het systeem werd geïnstalleerd, het nieuwe rantsoen al ging voeren. Dat heeft hem, vanwege de logistieke situatie op het bedrijf, behoorlijk veel extra werk bezorgd”, vertelt melkveespecialist René Coevert. “Toch heeft hij dit heel consequent gedaan waardoor de overgang heel soepel verlopen is, dat is echt een compliment waard!” Met het Mullerup voersysteen worden de koeien wel 10 keer per dag gevoerd. AMS-specialist Erik is erg enthousiast over de combinatie van het automatisch voersysteem met robotmelken. “Doordat de koeien veel vaker per dag een vers, goed gemengd rantsoen voorgeschoteld krijgen zijn ze veel gemotiveerder om in de benen te komen en lopen ze ook beter op de robot”, legt hij uit.

Zorg voor voldoende handen

Het opstartmoment is erg intensief. De installateurs van GEA starten het systeem op en zijn aanwezig om de boer te helpen met het nieuwe systeem. Naast de installateurs is het vooral belangrijk dat er voldoende mankracht aanwezig is om de koeien goed in de gaten te houden en tijdig naar de melkrobot te begeleiden.

Een goede voorbereiding wordt beloond

Op het bedrijf van de Familie Polle zijn drie van de vier robots inmiddels in gebruik. Twee robots staan op de definitieve plek,  de derde robot staat in tijdelijke opstelling en zal straks samen met de nog te plaatsen robot in de nieuwe stal komen te staan. William nam alle adviezen ter harte en ging erg secuur te werk. Iets waar hij achteraf geen spijt van heeft, want de resultaten mogen er zijn. Onderstaande grafiek laat een productiestijging van 23,5 kg (voor opstart) naar 26,7 kg op de 12de dag na opstart zien. Inmiddels is het koppel doorgestegen naar een productie van 29 kg melk en er is nog ruimte om verder door te groeien. “De robots zitten momenteel, door de verbouwing, behoorlijk vol. Desondanks kunnen we nu stellen dat het goed draait”, vertelt melkveespecialist René. “Binnenkort wordt ook de vierde robot in gebruik genomen en dan zit een verdere productieverhoging er dik in.”

Afbeelding: Grafiek melkproductie polle
De melkproductie op het bedrijf is gestegen van 23.5 kg tot 26,7 kg