Cookies Wij gebruiken cookies om de website optimaal te laten functioneren en om in te spelen op de informatiebehoefte van onze bezoekers. Door gebruik te maken van onze website stemt u in met het plaatsen van cookies. Lees meer hierover in onze privacy- en cookieverklaring.
Waar ben je naar op zoek?
Nieuws, kennis en advies

Hoe om te gaan met verdorde en verdroogde gras- en maispercelen?

Seizoensnieuws Seizoensnieuws25-7-2018

Op veel plaatsen in Nederland, met name het oosten en zuidoosten, worden de gevolgen van een lange periode van droogte steeds duidelijker zichtbaar aan de gewassen. De regionale verschillen zijn zeer groot, op enkele plekken is het extreem gesteld: dor grasland en compleet verdroogde mais. Op andere plekken staat het gewas er nog redelijk groen bij. Wat kunt u nu het beste doen?

Graspercelen met een maaisnede

ForFarmers adviseert om percelen waar nu nog een maaisnede op staat niet te maaien.  Alleen het berijden van het perceel al brengt forse schade toe aan het gewas. Daarnaast wordt na het maaien de gehele oppervlakte blootgesteld aan fel zonlicht, dit komt de zode niet ten goede. Een andere reden om het gras te laten staan is het risico dat de eventuele hergroei ook weer direct in de aar schiet, waardoor de kwaliteit van de volgende snede ook nadelig wordt beïnvloed. Wacht daarom met maaien kort voordat er regen gaat vallen, al is het moment waarop het gaat regenen uiteraard niet makkelijk te voorspellen.

Graslandvernieuwing

Bij extreme droogteschade kunt u overwegen graslandvernieuwing toe te passen. Vaak worden weilanden na regenval wel weer groen, bruin gras hoeft niet dood te zijn. De volgende kenmerken geven aan dat de overlevingskans van het gras zeer klein is:

  1. De plant is bruin en is gemakkelijk te verpulveren
  2. De basis van de plant is niet meer groen na het verwijderen van het afgestorven blad
  3. De wortels zijn niet meer wit en erg houterig, in de bovenste grondlaag is geen vocht meer te vinden

Is dit het geval, dan is de kans groot dat de plant zich niet zal herstellen na een watergift en er dus een open plek in de zode ontstaat. Bij een aandeel open zode van > 15% raden we aan door te zaaien, eventueel in combinatie met wiedeggen. De wiedeg zal dode plantenresten uit de zode krabben, waardoor overige planten meer licht en lucht krijgen.

Voornamelijk ongewenste grassen, zoals kweek, herstellen vaak goed. Daarom komen ook oudere percelen en percelen waar voor de droogte al weinig goede grassen op groeiden in aanmerking voor vervanging. Hanteer hierbij de vuistregel: Staan er minder dan 60% goede grassen in de zode, dan is herinzaaien het advies. Dit advies geldt ook bij een groot aandeel kweek van meer dan 20%. 

Mais

Ook de ontwikkeling van mais heeft op veel plaatsen (fors) te lijden onder droogte. Het juiste advies wat te doen met verdroogde maïs is lastig te geven. Nu hakselen heeft weinig zin. Er wordt niet veel meer dan ruwe celstof geoogst en bovendien komt er, zolang er geen neerslag van betekenis verwacht wordt, van de volgteelt ook niets terecht. Het is beter om het gewas nog een paar weken te laten staan en begin augustus te beoordelen of er van enige kolfvorming nog iets terecht is gekomen. Is dit het geval, wacht dan de korrelrijpheid af, zolang tenminste de bladetages boven de kolf voldoende bladgroen en daarmee fotosynthesecapaciteit hebben om suikers in zetmeel om te zetten. 

Is dit niet het geval en dreigt het gewas noodrijp te worden of niet of nauwelijks een kolf te bevatten, is het advies oogsten. Wacht hiermee tot het gewas een drogestofpercentage heeft bereikt van 28%, dit om perssap (en daardoor voederwaarde-) verlies te voorkomen.

Houd rekening met opbrengstderving en voederwaardeverlies

U zult vast rekening moeten houden met een serieuze opbrengstderving en lagere voederwaarde van het te oogsten gewas. Vaak zal het al lastig genoeg zijn om 800 VEM te realiseren. Daarom is het goed nu alvast na te denken over de eventuele aankoop van extra bijproducten ter vervanging van een deel snijmais in het rantsoen. Maak samen met uw specialist een ruwvoerplan, lees hier meer

Het drogestofgehalte van stengel en blad

Bij de bepaling van het drogestofgehalte van stengel en blad is de verkleuring van het blad en de sapstroom in de stengel bepalend. Om de mate van activiteit van de sapstroom te bepalen, kunt u een aantal stengels doorsnijden en het snijvlak samenknijpen. De verkleuring van het blad wordt uitgedrukt in het aantal bladeren dat nog voor meer dan 50% groen is. In onderstaande tabel vindt u de relatie tussen hoedanigheid van de stengel en blad en het drogestofgehalte gegeven.

Tabel 1: De relatie tussen de hoedanigheid van de stengel en het blad en het drogestofgehalte.

Hoedanigheid van blad en stengel

Drogestofgehalte kolfloze mais

Gehele plant nog groen en er loopt vocht uit de stengel

18%

Plant ¾ groen en stengels zijn nog vochtig

21%

Plant half groen en stengel praktisch droog

24%

Plant ¼ groen en stengel geheel droog

27%

Plant geen groene delen meer (gewas lijkt geheel dood)

30%