Waar ben je naar op zoek?

SiloSolve FC kuilen ook in 2020 beter geslaagd

Met SiloSolve FC behandelde kuilen van klanten van ForFarmers scoorden in 2020 duidelijk beter op de conserverings- en broeigevoeligheidsindex dan niet behandelde kuilen. Dit blijkt uit een analyse van 5000 kuilen die ForFarmers klanten hebben laten onderzoeken door Eurofins Agro. 

Bijna 25% van de onderzochte kuilen had een een te lage conserveringsindex en/of te hoge broeiindex (zie uitleg van indexen rechts naast dit artikel). Dit betekent in bijna een kwart van de gevallen verlies aan droge stof ruwvoer en veelal kuilen die snel gaan broeien en daardoor minder smakelijk zijn voor de koeien. Gebruik van SiloSolve FC beperkt de verliezen aan voederwaarde en verbetert de smakelijkheid. Uit een vergelijking die Jouke Holmer,  student aan de Aeres Hogeschool heeft uitgevoerd voor ForFarmers blijken de SiloSolve FC-kuilen op alle onderdelen beter te scoren. Het betreft kuilen gemaakt  in april, mei en juni 2020,  met een RE gehalte tussen 140 en 200  gr/ ds en een DS gehalte tussen 40 en 60%. Het vergelijk is gemaakt voor verschillende drogestof klassen, namelijk 40 tot 45, 45 tot 50,  50 tot 55 en 55 tot 60% droge stof. Kuilen met SiloSolve FC tonen een duidelijk betere conservering en ook de broeigevoeligheid blijkt duidelijk lager (zie grafieken hieronder). Dit betekent dus minder drogestof verlies en smakelijker ruwvoer.

Afbeelding: Grafiek Jouke Holmer 1

Lager pH in behandelde kuilen

Een lage pH is noodzakelijk voor een goede en snelle conservering en voorkomt dat schadelijke bacteriën en gisten de kans krijgen, voorkomt daardoor schimmelvorming en behoudt van smakelijkheid. In alle drogestof klassen is de pH bij de kuilen die met  SiloSolve FC  zijn behandeld duidelijk lager.

Afbeelding: Grafiek Jouke Holmer 2

Minder boterzuur

SiloSolve kuilen bevatten duidelijk minder sporen van boterzuur. Boterzuursporen komen via het voer in de mest terecht en vervolgens op de spenen van koeien, waarna ze tijdens het melkproces in de melk komen. Boterzuur wordt geproduceerd door verschillende soorten boterzuurbacteriën, die melkzuur omzetten in boterzuur en diverse gassen. Dit proces kost veel energie en een hoog boterzuurgehalte betekent dan ook veel voederwaardeverlies.  Azijnzuur voorkomt de vorming en werking van deze schadelijke bacteriën. De in de SiloSolve FC aanwezige Buchneri bacteriën zijn de enige in deze soort die direct na het sluiten van de kuil  rechtstreeks van suiker azijnzuur en melkzuur maken. 

Afbeelding: Grafiek Jouke Holmer 3

De werking van SiloSolve

De unieke combinatie van de bacteriestammen in de SiloSolve FC zorgen voor minimale conserveringsverliezen en het voorkomen van broei.

  • Lactococcus Lactis zorgt voor snelle omzetting van suiker in melkzuur waardoor de pH snel daalt. Daarnaast verbruikt het de nog aanwezige zuurstof. Door de lage pH en anaerobe omstandigheden kunnen schadelijke bacteriën en gisten en schimmels niet groeien en is de kuil dus snel na inkuilen stabiel. Snelle conservering resulteert in minimaal verlies van drogestof.
  • Lactobacillus Buchneri zet suiker om in melkzuur en azijnzuur en start hiermee al snel na het inkuilen. Azijnzuur remt de groei van schimmels en gisten. De Buchneri-stam in SiloSolve FC werkt al na 7 dagen. Overige Buchneri stammen beginnen pas na 6 weken te werken.
  • Tevens versterken de Lactobacillus Buchneri en de Lactococcus Lactis elkaars werking (synergie). Bij veel combinatieproducten gebeurt dit niet, of verminderen ze juist elkaars werking.