Cookies Wij gebruiken cookies om de website optimaal te laten functioneren en om in te spelen op de informatiebehoefte van onze bezoekers. Door gebruik te maken van onze website stemt u in met het plaatsen van cookies. Lees meer hierover in onze privacy- en cookieverklaring.
Waar ben je naar op zoek?
Nieuws, kennis en advies

Voermengproces: drie praktische tips voor een optimaal gemengd rantsoen

Praktische tips Praktische tips18-4-2019

De dichtheid van de kuil en het drogestofpercentage hebben grote invloed op het voermengproces. Hoe stemt u het mengproces goed af op de eigenschappen van uw kuil?

1

Tip 1: Hou rekening met de dichtheid van de kuil

Een vast aangereden kuil is van groot belang voor een goede conservering. Hou echter wel rekening met de kuildichtheid bij het uitkuilen, de laadvolgorde en bij het kiezen van de juiste mengtijd. Het mengen van een extreem vast aangereden kuil is lastig omdat het kuilvoer slecht uit elkaar valt. Hierdoor laat het zich niet gemakkelijk mengen met de rest van het rantsoen.

  • Gooi het kuilgras eerst al eens los op de kuilplaat voordat u het in de mengwagen laadt.
  • Laad vaste kuilen als eerste in de mengwagen, zodat de kuil de tijd krijgt om uit elkaar te vallen tijdens het mengen.
  • Stengelige kuilen die juist snel uit elkaar vallen hoeven minder lang gemengd te worden. 
2

Tip 2: Zorg voor een goede mengcapaciteit en voorkom stilstaand voer tijdens het mengen

De voermengwagen moet voldoende capaciteit hebben. Zorg ervoor dat de mengwagen 30 tot 32 omwentelingen per minuut kan realiseren. Vaste kuilen krijgt u beter uit elkaar door langere messen te gebruiken en een hoger toerental aan te houden.

Laad de voermengwagen niet te vol, zodat de gehele inhoud kan worden gemengd en er bijvoorbeeld geen stilstaand voer is aan de randen van de mengwagen. Controleer tijdens het mengen of het gehele rantsoen draait (molshoop-effect) door zo nu en dan in de mengwagen te kijken. Bij stilstaand voer kunnen kickerplates een oplossing bieden. Kickerplates wippen het voer op en zorgen dat het naar het hart van de vijzel wordt getransporteerd. Hierdoor wordt het voer weer goed meegemengd met de rest van het rantsoen.  

3

Tip 3: Bepaal de plakeigenschappen van het rantsoen

Tijdens het mengproces moet het voer voldoende plakkerig zijn, zodat krachtvoerdelen en mineralen aan het overige voer blijven kleven en uitzakking en selectie wordt voorkomen. Vochtrijke producten, zoals nattere kuilen of natte bijproducten, maar ook water zorgen voor plak. Een bladrijke graskuil met 40-45% drogestof bevat vaak voldoende plakeigenschappen waardoor toevoegen van natte bijproducten of water niet nodig is. Wilt u weten of uw rantsoen voldoende plak bevat? Bekijk en beoordeel dan eens kritisch of u het krachtvoer op de voergoot ziet liggen of dat het mooi vastgeplakt is aan het ruwvoer. 

Afbeelding: voermengwagen