Cookies Wij gebruiken cookies om de website optimaal te laten functioneren en om in te spelen op de informatiebehoefte van onze bezoekers. Door gebruik te maken van onze website stemt u in met het plaatsen van cookies. Lees meer hierover in onze privacy- en cookieverklaring.
Waar ben je naar op zoek?
Nieuws, kennis en advies

Wisselende mais: dit zijn de actuele oogstadviezen

Seizoensnieuws Seizoensnieuws14-8-2019

De mais in Nederland staat er wisselend bij. In sommige regio's wordt topmais verwacht en in andere delen is de mais verdroogd. Hoe gaat u hier het beste mee om? Moet u beregenen, of juist niet? En wanneer kunt u het beste oogsten?

Hoe beïnvloedt droogtestress de ontwikkeling van mais?

Mais met droogtestress is te herkennen aan het gekrulde blad. Wanneer er al voor de bloeiperiode droogtestress heeft plaatsgevonden, komt de kolfzetting weinig tot niet op gang. Dit komt doordat de kolfkwasten dan niet uit de schutbladeren zijn gekomen, waardoor er geen bevruchting kan plaatsvinden. Stress tijdens de bloei kan leiden tot kleinere kolven en/of slecht gevulde kolven met lege kolfpunten. Bij aanhoudende droogte na de bloei wordt het aanwezige suiker niet meer omgezet in zetmeel en wordt de mais noodrijp.

Wel of niet beregenen?

Als u de mogelijkheid heeft om te beregenen, begin daar dan op tijd mee. Wanneer de bladeren van de maisplant beginnen te krullen, is er al sprake van droogtestress. Planten waarvan de bladeren nog groen zijn en openvouwen in de nacht, hebben dringend water nodig. Als er geen regen wordt voorspeld, adviseren wij deze percelen te beregenen. Begint de mais al te verkleuren en zijn de bladeren boven de kolven niet meer groen? Dan heeft beregenen geen zin meer.

Wat is het ideale oogstmoment en welke haksellengte pas ik toe?

Grofweg zijn er vier categorieën mais te onderscheiden: groene mais met kolf, groene mais zonder kolf, verdroogde mais met kolf en verdroogde mais zonder kolf. Per categorie leest u wanneer u het beste kunt oogsten en waar u rekening mee moet houden:

  1. Groene mais met kolf:

Als de mais zich ondanks de droogte goed heeft ontwikkeld en nog groen is, wacht dan met oogsten totdat de kolf goed rijp is. De mais kan het beste geoogst worden bij een droge-stofgehalte rond de 36-38%.

  1. Groene mais zonder kolf:

In een groene maisplant vindt nog ademhaling plaats. Het gewas kan nog groeien en dus meer massa produceren. Wacht met oogsten van de mais totdat het blad begint te verkleuren en een drogestofpercentage van 28-30% heeft bereikt. Laat de maisplanten niet te droog worden, omdat het zonder kolf lastiger is om het gewas goed te verdichten tijdens het inkuilen. Tevens zal de verteerbaarheid van het gewas hard achter uitgaan. Houd het perceel voor het bepalen van het juiste oogstmoment nauwlettend in de gaten.

  1. Verdroogde mais met kolf:

Is de maisplant verdroogd maar is er wel een kolf gevormd? Wacht dan met oogsten totdat de kolf rijp is. De bladeren boven de kolf moeten in dit geval nog wel groen zijn, zodat het suiker in de plant omgezet kan worden naar zetmeel. Wanneer de bladeren al zijn afgestorven, zal de kolf hoogstwaarschijnlijk niet meer volledig afrijpen. Ook mogen de kolven niet geknakt zijn. Bij geknakte kolven vindt er geen sapstroom naar de kolf meer plaats en zal de kolf niet meer verder afrijpen. Zitten de kolven al los en is het vochtgehalte van de plant boven de 28 procent wacht dan niet langer met de oogst. Wacht met het oogsten van verdroogde mais niet totdat alle planten zijn afgestorven. Zo voorkomt u dat het gewas tijdens het inkuilen moeilijk kan worden verdicht en de verteerbaarheid van de plant achteruit gaat.

  1. Verdroogde mais zonder kolf

Heeft het gewas niet of nauwelijks kolven, dan is het raadzaam om te oogsten zodra de mais een droge stof percentage van ongeveer 28-30 procent heeft bereikt. Zo voorkomt u perssappen bij het inkuilen en verder verlies van voederwaarde. Kuil verdroogde mais zeker niet te laat in. Hoe droger het gewas, hoe moeizamer de mais kan worden verdicht tijdens het inkuilen, waardoor het risico op broei sterk toeneemt. 

Hoe stelt u het drogestofgehalte vast?

Bij het vaststellen van het drogestofgehalte van stengel en blad is de verkleuring van het blad en de sapstroom in de stengel bepalend. Doorsnijden van een aantal stengels en samenknijpen van het snijvlak, laat zien hoe actief de sapstroom is. De verkleuring van het blad wordt uitgedrukt in het aantal bladeren dat nog voor meer dan 50% groen is. De onderstaande tabel toont de relatie tussen hoedanigheid van de stengel en blad en het droge-stofgehalte.
 

Tabel 1: De relatie tussen de hoedanigheid van de stengel en het blad en het drogestofgehalte.

Hoedanigheid van blad en stengel

Drogestofgehalte kolfloze mais

Gehele plant nog groen en er loopt vocht uit de stengel

18%

Plant ¾ groen en stengels zijn nog vochtig

21%

Plant half groen en stengel praktisch droog

24%

Plant ¼ groen en stengel geheel droog

27%

Plant geen groene delen meer (gewas lijkt geheel dood)

30%

Voorkom voederwaardeverlies, gebruik inkuilmiddel SiloSolve

Zorg dat u de voederwaarde van de mais na het oogsten zoveel mogelijk behoudt. Voeg inkuilmiddel SiloSolve FC toe, rij de kuil goed vast en dek de mais luchtdicht af. SiloSolve FC heeft een uitstekende werking op het conserveringsproces en voorkomt zo inkuilverliezen. De kuil is sneller stabiel en kan eerder worden geopend. Daarnaast gaat dit inkuilmiddel broei bij uitkuilen tegen. Zo hebben uw koeien een smakelijk rantsoen en voorkomt u voederwaarde verlies.

Juist in kuilen met een laag zetmeel gehalte is het raadzaam om SiloSolve FC te gebruiken. De mais in deze kuilen heeft waarschijnlijk een slechte of zelfs geen kolf gehad, doordat de plant verdroogd is. Hierdoor zijn er nog veel suikers in de plant aanwezig die niet zijn omgezet naar zetmeel. Tijdens het conserveringsproces in de kuil worden deze suikers niet volledig omgezet en zijn er bij uitkuilen dus nog suikers aanwezig die een goede energiebron zijn voor schimmels en gisten. Tevens is het verdichten van verdroogde/kolf loze mais lastig. Hierdoor zal er meer lucht in de kuil zitten wat ook weer kan leiden tot in/uit-kuilverliezen.

Builenbrand: oogst later

Door de hoge temperaturen en de droogte is de weerstand van de mais lager dan anders. In combinatie met broeierig weer ontstaan ideale omstandigheden voor schimmels en builenbrand. Het inkuilen van de aangetaste kolven kan leiden tot een hogere schimmelbelasting en een minder goede en stabiele conservering door de ongunstige bacterie- en schimmelflora op het gewas. Bij zwaar aangetaste mais adviseren wij later te oogsten. Hierdoor is de kans dat ten tijde van de oogst de builen reeds zijn opengebarsten groter, waardoor minder builweefsel in de kuil terechtkomt. Bij een hoge aantasting moet extra aandacht aan het inkuilen en het verbetering van de conservering worden besteed. Het gebruik van een inkuilmiddel (SiloSolve FC) wordt dan sterk aanbevolen.