Cookies Wij gebruiken cookies om de website optimaal te laten functioneren en om in te spelen op de informatiebehoefte van onze bezoekers. Door gebruik te maken van onze website stemt u in met het plaatsen van cookies. Lees meer hierover in onze privacy- en cookieverklaring.
Waar ben je naar op zoek?

Wisselende weeromstandigen: voorkom diarree bij kalveren

14-10-2020

In de maand oktober, met wisselvallig weer, hebben kalveren meer last van diarree. Het risico op diarree is afhankelijk van de weerstand van het kalf en de infectiedruk uit de omgeving. Jongveespecialist Fredrieke Koop-Rood geeft tips om diarree te voorkomen. 

Afbeelding: Jongveespecialist Frederieke Rood
1

Een hoge weerstand met goede biest

Goede biest vormt de basis voor een hoge weerstand. In de eerste levensweken is de weerstand van het kalf namelijk helemaal afhankelijk van de afweerstoffen die aanwezig zijn in de biest. Let daarom goed op het biestmanagement:

  • Meet de biestkwaliteit
    Zo weet u hoeveel afweerstoffen het kalf van de moeder ontvangt. Bij een mindere biestkwaliteit is het goed om het droogstandrantsoen te controleren. De basis voor goede biestkwaliteit ligt in de droogstand. Huisvest kalveren 14 dagen individueel. Rond dag 7-10 is het risico op diarree het grootst. Het is dan goed om te voorkomen dat kalveren elkaar besmetten.
  • Geef voldoende biest
    Zorg dat het kalf binnen een uur na de geboorte 10% aan lichaamsgewicht in biest ontvangt. Dit zal vaak 3 á 4 liter zijn.
     
  • Juiste biestbewaring
    Bewaar biest afgesloten en gekoeld. Voorkom besmetting met omgevingsbacteriën en een snelle bacterie groei in de biest. Door biest koel te bewaren blijft de kwaliteit beter behouden.
     
  • Juiste voertemperatuur en houdbaarheid
    Verwarm de biest voor het voeren op tot 40°C voor een goede vertering in het kalf. Bewaar biest maximaal twee dagen.
2

Een schone omgeving voor een lage infectiedruk

Kalveren met een goede weerstand kunnen veel hebben, maar het risico op diarree wordt ook bepaald door de infectiedruk in de omgeving. Werk hygienisch met de volgende tips:

  • Een schoon afkalfhok
    Wanneer een kalf geboren wordt heeft zij nog geen weerstand. Hier is het dus extra belangrijk de aanraking met ziektekiemen zoveel mogelijk te voorkomen. Zorg voor een schoon ligbed voor de koe en een stress vrije afkalfomgeving.
     
  • Een schone eenlingbox of iglo
    Zorg dat de eenlingbox of iglo voor het plaatsen van het kalf schoongespoten en ontsmet is en een leegstand van minimaal 14 dagen heeft gehad om de infectiedruk te verlagen. Plaats het kalf direct na het afkalven in het hokje met voldoende stro.
     
  • Win schone biest
    Biest mag niet in aanraking komen met mest of omgevingsbacterien. Zorg dat de uier vrij van mest is tijdens het uitmelken. Vang de biest op in een schone, krasvrije opvangemmer. Een krasvrije emmer is makkelijker te reinigen.
     
  • Gebruik schone materialen
    Werk met schone materialen. Zo voorkomt u dat ziektekiemen in speenemmers, drinkbakjes of eventueel op een sonde van het ene op het andere kalf worden overgedragen.