Heb je regelmatig te maken met oplopers bij vleesvarkens? Dan is het verstandig om niet alleen naar gezondheid, wateropname of management te kijken, maar ook naar de maalfijnheid en structuur van het voer.
De deeltjesgrootte van voer heeft namelijk grote invloed op de darmgezondheid, voerbenutting en technische resultaten van vleesvarkens. Te fijn gemalen voer kan het risico op maag- en darmproblemen vergroten, terwijl te grove deeltjes juist kunnen zorgen voor een minder efficiënte benutting van voedingsstoffen.
Door de juiste balans te vinden tussen fijne en grove voercomponenten, kun je het risico op oplopers verlagen en tegelijkertijd werken aan een betere voerconversie en een hoger rendement.
Maalfijnheid geeft aan hoe groot of klein de voerdeeltjes zijn na het malen van grondstoffen. Deze deeltjesgrootte bepaalt hoe het voer zich gedraagt in het maag-darmkanaal van het varken.
Een onjuiste maalfijnheid kan leiden tot:
De optimale maalfijnheid verschilt per rantsoen en grondstof, maar in de praktijk blijkt vooral de juiste balans tussen fijne en grove deeltjes bepalend voor een gezonde darmwerking.
Ja. Te fijn gemalen voer vergroot het risico op verstoringen in het maag-darmkanaal. Hierdoor kan de darmgezondheid onder druk komen te staan, wat de kans op oplopers verhoogt. Daarnaast geeft te fijn gemalen voer ook meer risico op maagzweren.
Tegelijkertijd is alleen grof malen ook niet de oplossing. Een te grove maling kan juist ten koste gaan van de benutting van voedingsstoffen. De beste resultaten worden doorgaans bereikt met een combinatie van fijne en grove voerdeeltjes. Zorg daarom dat je de juiste zeefgrootte toepast.
Voor een stabiele darmgezondheid is het belangrijk om aandacht te besteden aan:
Hiermee ondersteun je een gezonde vertering en beperk je ongewenste fermentatieprocessen in de darm.
Versleten hamers en zeven zorgen vaak ongemerkt voor afwijkingen in maalfijnheid.
Controleer daarom regelmatig:
Naast maalfijnheid speelt ook de totale structuurwaarde van het rantsoen een belangrijke rol. Voor vleesvarkens wordt doorgaans een APS-waarde tussen 0,45 en 0,55 als richtlijn aangehouden. Goed om hier dus kritisch op te zijn en je voer te laten onderzoeken op APS-score op ons lab in Lochem.
Naast de juiste maalfijnheid en voldoende structuur zijn er meerdere factoren die bijdragen aan een stabiele darmgezondheid en minder oplopers bij vleesvarkens.
Bij darmverstoringen of terugkerende problemen met oplopers kan een procesverbeteraar ondersteuning bieden. Dit voer is qua inhoud aangepast om het risico op oplopers te verminderen. Afhankelijk van de situatie kan deze tijdelijk worden ingezet tijdens een risicovolle periode of structureel ingezet worden als voercode.
Structuur is meer dan alleen een getal op papier. Grove deeltjes hebben een belangrijke functie in het verteringsproces van het varken.
Voldoende structuur:
Daarom is een goede balans tussen fijne en grove deeltjes essentieel om oplopers te voorkomen.
Benzoëzuur kan worden ingezet om de pH in het maagdarmkanaal te verlagen. Een lagere pH creëert een minder gunstig milieu voor ongewenste bacteriën en ondersteunt daarmee een gezonde darmflora. Daarnaast geeft een lagere pH een betere eiwitvertering en minder risico op ongewenste fermentatie in de darmen.
Of er nu gewerkt wordt met droogvoer of brijvoer, goede hygiëne blijft essentieel voor gezonde vleesvarkens. Vervuilde voerinstallaties, leidingen, mengers, voerbakken en silo’s kunnen de kwaliteit van het voer negatief beïnvloeden en het risico op darmproblemen vergroten. Regelmatige controle en reiniging van het voersysteem helpen om problemen te voorkomen.